Koplampen richten

  1. PY6502
    PY6502-UN-06NOV06

    LV3020
    LV3020-UN-10JUN99

    A - Afstand van top motorkap tot op de grond

    B - Afdekplakband

    C - Middenlijn trekker

    D - 130 mm afstand van middenlijn

    E - Top van zone

    F - Linkerrand van zone

    Parkeer trekker op effen ondergrond met lampen 8 m (25 ft) van een wand.



  2. Meet van bovenzijde kap tot op de grond (A). Breng tape (B) aan op de wand op dezelfde hoogte.

  3. Breng tape aan, in het midden gevouwen om een punt te maken, middenvoor op de kap.

  4. Kijk over het stuur en de kap om het midden van de trekker te bepalen. Gebruik hierbij de tape als richtlijn. Markeer trekkermiddenlijn (C) op de muur.

  5. Markeer van trekkermiddenlijn (C) een punt 130 mm (5 in.) naar elke richting (D). Deze markering geeft een punt aan direct voor het midden van elke koplamp.

  6. Zet lichtschakelaar in dim-positie.

  7. Lokaliseer een kleine zone helder licht van elke lamp. Dek indien nodig andere lampen af. Bovenzijde zone (E) moet 130 mm (5 in.) onder tape zijn. Linkerrand van zone (F) moet zich 130 mm (5 in.) links van gemarkeerde lichtpositie (D) bevinden.

  8. Om koplampen in te stellen. (zie Koplampen instellen in dit hoofdstuk)

SV86979,000012A-18-20120823